Schizofrenie

Schizofrenie (gespleten geest; σχίζω schizo, φρενός phrenos) is een ernstige psychische aandoening die in verschillende vormen en gradaties voorkomt en zich meestal openbaart tussen het 15de en 30e levensjaar. Het is dus een aandoening die vooral jonge mensen treft. Van elke honderd personen zal de ziekte zich bij gemiddeld één ontwikkelen. Dat wil zeggen dat er in Nederland ongeveer 160.000 mensen aan schizofrenie lijden. Een belangrijk kenmerk is dat er tijdens het verloop van de ziekte minimaal eenmaal een psychotische episode is opgetreden. Doorgaans komen deze episoden vaker voor. Ze gaan gepaard met een afwijkende beleving van de werkelijkheid, resulterend in onlogische gedachtenpatronen, wanen, hallucinaties en in wisselende mate emotionele, denk- en gedragsstoornissen. Vroeger werd voor deze aandoening ook de term dementia praecox (=dementie op jonge leeftijd) gebruikt. Inmiddels is de terminologie belangrijk verfijnd.

Het woord schizofrenie betekent letterlijk “gespleten geest”. Deze vertaling heeft tot nogal wat misverstanden rond schizofrenie geleid. Mensen die aan de ziekte lijden, hebben immers géén gespleten geest of hersenen die gespleten zouden functioneren. Ook is inmiddels bekend dat deze mensen géén gespleten persoonlijkheid hebben; ze bestaan niet uit meerdere, verschillende personen. Schizofrenie wordt namelijk vaak verward met dissociatieve identiteitsstoornis. De gespletenheid bij schizofrenie uit zich niet, zoals vaak wordt gedacht, in een meervoudige persoonlijkheid, maar in een beeld waarbij de samenhang in het denken, tussen waarneming en gedachten en tussen emoties en gedachten in ernstige mate is afgenomen, althans voor anderen minder goed invoelbaar is.

De oorzaak is altijd onderwerp geweest van vele speculaties, en ook tegenwoordig zijn de boeken hierover nog lang niet gesloten. Vrij algemeen wordt tegenwoordig toch wel verondersteld dat het een hersenziekte is op basis van een lichamelijke afwijkingen in de hersenen. Erfelijkheid speelt een belangrijke maar niet uitsluitende rol. Mogelijk bestaat er een genetische verwantschap tussen schizofrenie en de schizotypische persoonlijkheidsstoornis. Vooral in de laatste jaren (2000-2005) is er een duidelijke link ontdekt met de werking van ten minste vijf verschillende genen. Ook bij eeneiige tweelingen (die dezelfde genen hebben) bestaat echter geen volledige concordantie (d.w.z. als de ene helft van een tweeling het heeft, heeft de andere het in 50-70% ook, maar niet 100%), wat een aanwijzing is dat ook de omgeving naast de erfelijkheid een rol moet spelen in het ontstaan van de ziekte.

Onbehandeld is schizofrenie een ernstige ziekte die tot veel lijden (bij patiënt en omgeving) en invaliditeit aanleiding geeft